De hovenier als ondernemer

Het is goed om eerst vast te stellen wanneer de hovenier een ondernemer is geworden en hij echt bedrijfsmatig is gaat werken.Criteria hiervoor zijn: er is een administratie, er worden rekeningen gemaakt en overhandigd, er wordt belasting betaald, er is een vestigingsplek, er is personeel in dienst.Het onderzoek hiernaar is nog maar mondjesmaat uitgevoerd. Voor informatie moeten we dan ook putten uit de archieven van oude familiebedrijven en bij de ”amateur-historicus” die wat onderzoek heeft uitgevoerd.

Vanaf circa 1600/1650 zijn er arbeidscontracten en afspraken bekend tussen opdrachtgevers en hoveniers/tuinmannen. Er is daarbij duidelijk sprake van een arbeidscontract al staan er ook extra’s in als gebruik van woning, gebruik van producten en of een percentage van de winst als er verkocht wordt. Ook wordt de echtgenote vaak mee-ingehuurd.

In de archieven van de Nassause Domeinraad in het Nationaal Archief  is een acte van "aenneminge" gevonden waar uit blijkt dat ook halverwege de zeventiende eeuw werk professioneel werd uitbesteed.Lees hier het verhaal van de aanbesteding

EEN 17 de EEUWSE AANBESTEDING VAN HET TUINWERK

Bezuinigingen op tuinonderhoud zijn van alle tijden. Ook de prestigieuze tuinen van de prinsen van Oranje ontkwamen er niet aan in de 17de eeuw. Na de plotselinge dood van stadhouder Willem II in 1650 braken zware tijden aan voor het Huis van Oranje. Willem III (1650-1702) was nog te jong om zijn vader op te volgen en met het wegvallen van het stadhoudersambt vielen ook veel inkomsten weg. Er moest bezuinigd worden, ook op de tuinen. In 1656 werd besloten het tuinwerk aan te besteden om zo geld te besparen. Een aantal van deze aanbestedingscontracten of ‘acten van aenneminge’ is bewaard gebleven. De akte van Anthony van Thooren geeft een mooi inkijkje in de tuinpraktijk van die tijd. 

In 1643 was Anthony van Thooren (1616-1662) zijn vader Gijsbrecht opgevolgd als hovenier van de tuinen van Honselaarsdijk. Stadhouder Frederik Hendrik (1584-1647) en zijn vrouw Amalia van Solms (1602-1675) hadden deze tuinen rondom hun jachtverblijf in Honselaarsdijk laten aanleggen. In 1656 bestond de tuin uit drie delen (afbeelding 1). De ‘grooten ouden’ tuin direct achter en naast het huis. Dit deel bestond uit parterres en bosketten. De nieuwe tuin in het westen (op de afbeelding links van het huis) waar de oranjerie stond en de nieuwe tuin in het oosten (rechts van het huis).

Anthony van Thooren was verantwoordelijk voor het onderhoud van de ‘grooten ouden tuin’ en de tuin in het westen. Een andere hovenier, Blasius Verbrugge (ca 1628-1694), onderhield de tuin in het Oosten.

Anthony van Thooren was een geletterd man en bekwaam meesterhovenier. Hij had inmiddels jarenlange ervaring opgebouwd al hovenier van Honselaarsdijk. In mei 1656 vroeg de Nassause Domeinraad hem of hij voortaan het tuinwerk onder de door hen gestelde voorwaarden wilde aannemen. De Nassause Domeinraad was verantwoordelijk voor het beheer van de domeinen van het Huis van Oranje-Nassau, waaronder de tuinen. Deze Raad regelde dan ook de aanbesteding van het tuinwerk. Op 30 juni 1656 bereikten de Raad en Van Thooren overeenstemming over de aanbesteding van het onderhoud van de grote oude tuin en van de nieuwe tuin in het westen naar Anthony van Thooren voor een periode van zeven jaar. Voor beide tuindelen kreeg Van Thooren een apart aanbestedingscontract.

De integrale tekst van het aanbestedingscontract voor de grote, oude tuin staat hieronder en kan u downloaden. Van Thooren kreeg de opdracht om de tuin op te leveren in dezelfde staat waarin de tuin was op het moment van de aanbesteding. De werkzaamheden die hij moest verrichten werden nauwgezet opgesomd. Hij moet de parterres van buxus ‘scheren’ [snoeien] en van onkruid ontdoen, de paden en straten schoon en onkruidvrij houden, tweemaal per jaar alle heggen, kabinetten en dergelijke snoeien, dode gewassen vervangen, bomen snoeien en de sloten schoonhouden en de kanten vrij van onkruid.

Voor het onderhoud van de tuin kreeg Van Thooren een totaalbudget waarmee hij alle kosten moest dekken. In de voorgaande jaren was de opbrengst van de tuin volledig naar de prins van Oranje gegaan. Nu waren het fruit en de groenten en kruiden voor Van Thooren. Met de verkoop hiervan kon hij extra inkomsten verdienen. Daar stond tegenover dat hij nu zelf de inzet van knechten en dagloners, de inkoop van mest, zand en wat hij verder nodig had voor het onderhoud van de tuin zelf moest betalen. Mest en zand was duur. Om te voorkomen dat Van Thooren hierop zou bezuinigingen werd in het contract vastgelegd hoeveel scheepsladingen mest en zand hij in de tuin moest brengen: ‘ten minsten ses schepen misch ende sestien schepen sant’.

De onderhandelingen met Van Thooren waren niet zonder slag of stoot verlopen; ‘eyntelyck naer eenige conferenties [vergaderingen]’ waren de Raad en van Thooren tot overeenstemming gekomen over de voorwaarden voor de aanbesteding. De ‘conferenties’ gingen over drie zaken: de hoogte van de vergoeding, de wijze van uitbetalen en een onderdeel van de werkzaamheden. Van Thooren vroeg voor het onderhoud een vergoeding van 850 gulden per jaar. De Raad vond 700 gulden genoeg. Van Thooren wilde graag per kwartaal uitbetaald worden. De Raad hield vast aan uitbetaling per half jaar. Tot slot wilde van Thooren niet verantwoordelijk zijn voor de reparatie van het latwerk in de tuin. De reden hiervoor zal ongetwijfeld te maken hebben met de kosten van dergelijke reparaties. Van  Thooren vond echter ook dat het zijn werk niet was (‘want sulcx buyten myn ampt is’). Het latwerk in de tuinen was inmiddels niet meer louter ondersteuning van hagen. Het waren kunstwerkjes op zich geworden en waarschijnlijk vond Van Thooren dat het repareren van het latwerk de taak van een meestertimmerman was. 
GEZICHT OP HONSELAARSDIJK IN VOGELVLUCHT ABRAHAM BLOTELING 1684-1690 RIJKSMUSEUM AMSTERDAM

 Helaas voor Van Thooren trok hij aan het kortste eind en werd geen enkele van zijn eisen ingewilligd. Hij behield wel zijn ‘vrije’ woning, de dienstwoning die hem zonder huur ter beschikking werd gesteld en was ook vrijgesteld van het betalen van allerlei belastingen (‘vrijdom van impost’). Deze beide voorrechten golden voor alle hoveniers van de prins. 

Bovenstaand verhaal is geschreven door Lenneke Berkhout. Haar bron is het archief van de Nassause Domeinraad in het Nationaal archief in Den Haag (nummer toegang 1.08.11)Het verhaal heeft in dec. 2018 in nr. 59 van het blad De Tuinbaas gestaan.

Over de schrijfster:

Lenneke Berkhout studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Zij is gepromoveerd in augustus 2020  aan de Rijksuniversiteit Groningen n.a.v. het verrichte onderzoek naar de hoveniers van de prinse(sse)n van Oranje in de zeventiende eeuw en begin achttiende eeuw. Bij de promotie is het boek  uitgegeven:

 De Hoveniers van Oranje

 Voor bestelling:. KLIK HIER   

Lenneke doet dit werk uit passie en heeft een werkzaam leven bij de overheid achter zich en is met pre pensioen.

Nog een aanbesteding een eeuw later

Een bijzonder voorbeeld van begin van ondernemersschap is het goed beschreven verhaal van de aanbesteding van het onderhoud van de tuinen van het slot Zeist in 1771.

De rentmeester van het slot Zeist en de tuinman stellen een goed beschreven lijst van 12 artikelen op met te verrichten werkzaamheden, inclusief de locatie dus de hoeveelheden.

Gereedschap werd ter beschikking gesteld 3 tuinmannen uit Zeist nemen het werk aan voor 350 gulden en 20 stuivers te betalen in 12 gelijke delen.

In een van de artikelen verplichtten de heren tuinlieden zich wel dat bij overlijden van een of twee de ander voor vervanging dient te zorgen.

Lees het hele verhaal (geschreven door R. P. M. Rhoen) over de heren Gijsbert van Doorn, Geurt Enkelear en Geijbert van Uijlenbroek uit Zeist (klik hier onder)   

SLOT ZEIST

 Het bedrijfsmatig werken :

Het begin van bedrijfsmatig werken door hoveniers zien we ontstaan in het begin van de 19de eeuw. Door het inperken van privileges van de aristocratie in combinatie met de economische teneergang voor rijke burgers en bestuurders zijn veel buitenhuizen en -plaatsen gesloten of verkaveld. Bij die verkaveling konden veelal de tuinbaas en/of zijn collega’s grond huren en zo producten van moestuinen en vruchten aan de man brengen in combinatie met onderhoud van tuinen.

Hiernaast ziet u een advertentie uit de Leeuwarder Courant van 19 september 1844 waarin een hovenier zich samen met zijn zoon als startend ondernemer aanbiedt van wie weet later een bloeien bedrijf.

Ook zijn er boomkwekers die tuinen gaan ontwerpen of voor een tuinarchitect gaan werken en zo in het vak van hovenier terechtkomen.

Aan het einde van de 19de eeuw worden in sommige steden grote projecten gestart om de vestingwallen, die niet meer functioneel waren, de slechten.Er worden parken ontworpen en aangelegd, zoals in Utrecht, Haarlem en Schoonhoven door Zocher.

Hoe de werker in het groen genoemd werd:

Tuinarbeider     Tuinarchitect     Tuinbaas     Tuinbediende     Tuinmeester     Tuinboer     Tuinbouwkundige     Tuinder     Tuinheer     Tuinhouder     Tuinier     Tuinierster     Tuinjongen     Tuinknaap     Tuinman     Tuinschilder     Tuinkunstenaar     Tuinopziener     Tuinster     Tuinvrouw     Tuinslaaf     Tuinwachter     Tuinwerker   Baggerman  Bosbaas     Hovenaar     Hovenierse     Hoevenier     Hovenier     Hovenierster Hofwachter    Hofwijf     Gaardenier     Gardenier     Groenwerker Putbaas of Putdelver     Staalwerker  Warmoezier     Weidemeester     Zode legger     ZodeLichter     Zodeploeger     Zodesnijder     Zodesteker     Zaad arbeider     Zaadbereider     Zaadschieter 

Deze omschrijvingen duiden op functies en zijn onder andere ontleend uit het boek: Beroepsnamenboek van J.B. Glasbergen.


 

Streekgebonden verschillen ?

In hoeverre aan het beroep van hovenier plaatselijk of regionaal een andere uitleg geven wordt, is moeilijk aan te geven. Een duidelijk afwijkend beeld geeft de aanduiding hovenier in de streek boven Utrecht. Coen van Kasteel is de schrijver van het boek Hoveniers, humor en heiligheid. In dit boek vinden we verhalen van veelal oud-katholieke hoveniers vanaf 1820 tot 1950. Maar hier zijn de hoveniers specialisten in het kweken van groente in een ruim sortiment. Landelijk gezien zou je ze Warmoeziers noemen, naar de “warmoesgrond” die ze betelen, of tuinders. Niets in dit boek heeft betrekking op de hovenier zoals we die nu tegenkomen op deze website.

Meer weten? klik hier onder 

Bloemlezing van Groenbedrijven, ouder dan 100 jaar en die nog steeds op de markt zijn:

W.J. Aardoom, Ridderkerk. Opgericht in 1793. Nu Aardoom Hoveniers BV. 

H. AARDOOM 1855
1960-TERUG VAN HET WERK EVEN NAPRATEN BIJ DE SCHAFTKEET
1965-POSEREN VOOR DE VW-BUS OP EEN DOORDEWEEKSE DAG
1946-EEN NOTENBOOM VERPLANTEN MET BEHULP VAN DE HANDKAR
G. AARDOOM 1901
H. H. AARDOOM 1935

 

Aardoom Hoveniers BV, een familiebedrijf met een rijke historie.

Het begon allemaal in 1791 toen Jan Willems Aardoom trouwde met Leidia den Hoed. Er moest brood op de plank en Jan verhuurde zich als tuinknecht bij rijke boeren, vooraanstaande burgers en notabelen te Ridderkerk. De geboorte van het hoveniersbedrijf was een feit. Het bedrijf bestaat in ieder geval sinds 1793 en is het oudste hoveniersbedrijf van Nederland. Meer over dit bedrijf en de rijke historie kunt u nalezen op  zijn website

 

 

Koeslag en Zn Delft   oprichting  1839   Nu Hoveniersbedrijf P.van der Eijk 

GROENLANDSELAAN DELFT 1948
ASSENDELFTSTRAAT 1961
HOFLAAN te DELFT 1964-1978
T.KOESLAG en zoon 1938
DECEMBER 2000

HOVENIERSBEDRIJF P.van der Eijk     Tuinaanleg en onderhoud b.v. 

 

Een ambachtelijk hoveniersbedrijf gestart in 1839 door Jan Hermen Koeslag.Tot de jaren 70 in de twintigste eeuw een echt Delfts bedrijf met een rijke geschiedenis.Het bedrijf is nu gevestigd in Den Hoorn, met zicht op Delft.De huidige eigenaar is de Koninklijke Ginkelgroep Veenendaal.

Lees meer hieronder over een persoonlijke zoektocht naar de historie van het bedrijf en de mensen die er hebben gewerkt.

Lees meer hieronder over de presentatie van het bedrijf ter gelegenheid van het afscheid van de eigenaar-directeur, een mini-symposium met als onderwerp De stadstuin.

ZOMER 1994 FEEST 25 JAAR

Geschiedenis van hoveniersbedrijven:

Hoe het begon.  Wie was de starter van het bedrijf.  Vaak familieverhalen.Trots op wat bereikt is.  Leuke plaatjes van vroeger. Je vind het soms op website’s van de hoveniersbedrijven. Leuk om te lezen ? Wij vinden van wel en daarom hier onder een bloemlezing van bedrijven. Ook daar zijn bedrijven te vinden van 100 jaar en ouder. 

 Als u op de naam klikt komt u gelijk bij de historie pagina van de website van het bedrijf. Bedrijven met een * bij de plaatsnaam hebben meerdere vestigingen in het land

Aarts  Haarlem

Abbing  Zeist

Binder groenvoorzieningen Poortugaal*

de Boer  Assen*

B T L  Haaren*

Braber Renesse*

Hoveniersbedrijf & Tuinarchitectuur Brussaard Oud Beijerland

Paul Casteleijn Hoveniers Barendrecht

Theo Denayere Hillegom

van Donkelaar Groenadvies Koekange

Donkergroen Sneek*

Du Pre  Helmond

Empelen en van Dijk Heemstede

Engelsman Hoveniers b.v. Wateringen*

Eshuis hoveniers  Almelo

Farwick groenprojecten Enschedé

 

G. en A. v.d. Gaag Berkel en Rodenrijs

W.v.d. Gaag en zoon  Rotterdam

 Geerdink  Neede

Ginkelgroep  Veenendaal*

Graphorn  Ridderkerk

A.v.d.Hoven Alblasserdam

Hoek hoveniers Voorhout

Jansen hoveniers Markenbinnen

Hoveniersbedrijf Kapona Velp

Lamme en Zn  Hilversum

van Mourik  Beekbergen

M.v.d.Spek Benthuizen*

Hoveniersbedrijf Stip Elspeet

Stoop  Waarland

Struiksma  Leeuwarden

v.d.Tol  Amsterdam*

v.d. Werf  Bedum

Weverling Groenprojecten Monster*

Wieringen Prins Amsterdam

Wijsman hoveniers Waddinxveen

 

Andere Bedrijfsgeschiedenissen:

JAN EIJS WASSENAAR (1934)
Deel wagenpark jaren tachtig
Mechanisatie

GROENVOORZIENING OUD WASSENAAR

Soms is het bedrijf onder één naam maar één generatie zichtbaar omdat er geen familie opvolging is en het bedrijf wordt verkocht aan derde. Dat “lot” overkwam Groenvoorziening Oud Wassenaar uit Wassenaar. Jan Eijs (1934) blikt in 2003 terug op zijn werkzame leven als ondernemer en hovenier (1960-1996).
Een persoonlijk document wat we op de website van hem mogen plaatsen en wat zijn beeld en visie weer geeft als ondernemer/hovenier (zie pdf document).
 De Ginkelgroep werd in 2003 eigenaar van de bv Groenvoorziening Oud Wassenaar(GOW). De naam en de vestigingsplaats bleven een aantal jaren dezelfde. Om strategische en organisatorische redenen werd de bv GOW in 2012 verhuisd naar Hoveniersbedrijf P.v.d.Eijk Den Hoorn (ook eigendom van de Ginkelgroep) en werden deze bedrijven samengevoegd en gingen door onder Hoveniersbedrijf P.v.d.Eijk tuinaanleg en onderhoud bv.

 

 Bijna 90 jaar Ruijs in Amsterdam

Ruijs en Zoon Hoveniers, een begrip in Amsterdam en opgericht in oktober 1919.

Over de eerste 75 jaar van hun bestaan verscheen het volgende artikel:

Henk Ruijs (1921), de zoon van de oprichter was echt een alleskunner. Net zoals de hoveniers van voor de oorlog en tot de zeventiger jaren waren. Hij kweekte eenjarige bloemen, was bloemist, zat in de verkoop en handel, en werkte hard aan het steeds groeiende hoveniersbedrijf. Hij was ook hoofdarrangeur voor het bloemwerk in de kerk in Amsterdam bij het huwelijk van Prinses Beatrix en Claus von Amsberg. 

In 1982 werkte Henk Ruijs samen met Dolmans (Bunde), Graphorn (Rotterdam), De Punt (Glimmen) en Van Ginkel (Veenendaal) met de aanleg en onderhoud van de Floriade in Amsterdam. Ze richtten de besloten vennootschap Klaver 5 op waar activiteiten werden ontplooid als Infrarood onkruidbranders speeltoestellen en kindertuinen voor gehandicapten.

Henk gaf veel les op avondscholen als gastdocent. Misschien was hij achteraf gezien nog wel meer een onderwijzer dan ondernemer, vindt zijn zoon Reinier Ruijs (1949). Samen met zijn zus Marjolijn (1951) nam hij in 1986 het roer over, en ging het kweken en de bloemenwinkel aan de kant. De focus ging naar tuinaanleg, tuinonderhoud en boomverzorging.

 1 januari 1998 gaat het bedrijf een naar een nieuwe plek, de Lulkermeerweg 400 aan de buitenkant van Amsterdam. Om onduidelijke redenen ontstaat er onrust onder de medewerkers in 2001. Het ziekteverzuim is hoger als het landelijk gemiddelde. En de eigenaren worden uit het niets geconfronteerd met collega’s die hun bedrijf over willen nemen. Een deel van de onrust werd veroorzaakt doordat er geen natuurlijke opvolging voorhanden was.

 Overname

Marjolein zag wel wat in het beëindigen van haar activiteiten. En groenvoorziener Hoek uit Voorhout wilde graag een derde vestiging in Amsterdam. Het resultaat was dat hij op 1 januari 2004 de nieuwe eigenaar werd van het  toen 85-jarige hoveniersbedrijf Ruijs. Een aantal jaren later ging de naam Ruijs van de auto en werd het Hoek. In 2011 vertrok het bedrijf uit Amsterdam naar Weesp.

Marjolein Ruijs heeft bestuurlijk veel werk verzet voor het landelijke Hoveniers Informatie Centrum het HIC. Reinier Ruijs heeft voor het vak, vanaf 1997, de organisatie van de beroepenwedstrijd op zich genomen met de scholen en de branchevereniging op de achtergrond. Ook werkte hij voor Skills, de internationale beroepenmanifestatie. Dat bracht hem naar vele werelddelen en landen, zoals Canada en Australië. Na twaalf jaren droeg hij dit werk over aan Bas van Swichgem.

Bovenstaande gezichten zijn voor wie de hovenierswereld een beetje kent niet alleen bekend in Groningen: Joost Bartelds en zijn vader Herman Bartelds (overleden 1998).

Twee mannen die elk in hun eigen tijd druk zijn geweest met hun bedrijf hun vak hovenier en de brancheorganisatie. Op verzoek van de redactie van deze website is de geschiedenis van Hoveniersbedrijf Bartelds door Joost Bartelds opgetekend en door Annemieke Bos bewerkt tot een verhaal. Onderdeel van dat verhaal zijn ook twee artikelen van ons vakblad Tuin en Landschap uit 2005 geschreven door Suzan Crooijmans over de opvolging van hoveniersbedrijf Bartelds.

Tezamen een mooi overzicht van meer dan 80 jaar geschiedenis over Bartelds hoveniersbedrijf in onze provincie Groningen.
Het bedrijf wordt nu geleid door Jan Ubels en zijn vrouw Anita  Klik voor de website hier
Voor het verhaal van Bartelds zie hieronder:

 De geschiedenis van tuinbouwbouwbedrijf A. Eshuis staat beschreven in een bijzonder geschiedenisboekje. Hieronder leest u de samenvatting.

 Oprichter Arend Eshuis (1919-1952):

Arend Eshuis staan op een foto tussen cursisten van de algemene tuinbouwcursus 1917-1919. Duidelijk wordt dat kennis van het vak belangrijk is en dat zie je als een rode draad door de honderdjarige geschiedenis van het bedrijf heen lopen.

Arend Eshuis start op 1 april 1919 aan de Gravenallee in Almelo met een boom en fruitkwekerij alsmede aanleg van tuinen. Hij start met handkarren en in 1940 gaat zijn zoon Gerrit meewerken. 

Van die begintijd is niet zoveel bekend. Wel bekend is de uitspraak van Gerrit Eshuis “Mijn vader had een bloemisterij, boomkwekerij, wat groente en fruit, een bloemenwinkel, en een hoveniersbedrijf. Of ik wilde of niet daar werd ik na de mulo gewoon tussen gepoot.”

Tijdens de oorlog wordt in april 1944 het 25-jarig bestaan van tuinbouwbedrijf 
A. Eshuis gevierd. De winkel en kwekerijen zijn een dag gesloten, aldus de advertentie in het plaatselijke dagblad.

In 1952 Neemt Gerrit Eshuis formeel het bedrijf over en vormt hij een vennootschap met zijn vader Arend. De handkarren worden bakfietsen 

Maar als oprichter Arend Eshuis in 1958 komt te overlijden wordt er gestopt met het fruitkwekersdeel en gaat het bedrijf op een laag pitje verder. Gerrit Eshuis geeft dan ook les op verschillende scholen, maar in 1968 gooit hij het roer om. Hij gaat zich richten op onderhoud van tuinen in de provincie. Dat blijkt een gouden greep en er breekt een bloeiende periode aan voor Tuincentrum Eshuis zoals het bedrijf in de bv vorm in 1976 staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

 

 Gerrit Eshuis bestuurder pur sang (1952-1990): 

In Almelo is Gerrit de motor achter de oprichting van een Gemeentelijk Onderwijsachterstandenbeleid (GOA), voor de opleidingen van jonge vakgenoten die hierdoor verzekerd zijn van een opleidingsplaats. Hij neemt alle administratie en rompslomp voor zijn rekening van zijn collega’s van de GOA.

Gerrit Eshuis maakt als bestuurder van de KLT(Kring Tuin en Landschapsvoorziening) en later voor de NHG (Nederlandse Hoveniers en Groenvoorziening) zijn punt dat vakmanschap belangrijk is. En dat er zonder goed onderwijs is er geen toekomst voor dat vakmanschap. 

Opvallend bleek zijn stijl van leidinggeven, want hij gaf zijn medewerkers en voorlieden veel vertrouwen. In 1977 is Gerrit de man die de huidige vestigingsplek op de Aadijk 29 verwerft en vorm geeft. Hij krijgt in 1990 op zijn 65stebij zijn afscheid de versierselen in goud van de Orde van Oranje Nassau. Jammer dat hij  al een jaar later kwam te overlijden.

Jan Rode en zijn vrouw Leidy Meijer (1990-2015):

Jan Rode kent het bedrijf als zijn broekzak en werkt er al sinds 1972. Het is wel even wennen voor zijn collega’s, want Eshuis zag je nooit op de klus en Jan neemt de touwtjes zelf in handen. Al is zijn leiderschap ook los als patroon. Jan opent een plantenasiel voor planten die in de winter een vorstvrije plek nodig hebben en dat geeft leuke publiciteit. Het 75-jarig bestaan wordt in 1994 op gepaste wijze gevierd met een mooie dag uit voor alle medewerkers en hun partners.

De minister schaft de diploma’s om een bedrijf te beginnen af en er ontstaat een wildgroei aan bedrijven “Ons beroep is vogelvrij geworden. Daarom moeten we consumenten duidelijk maken dat er nogal verschil kan zijn tussen de ene hovenier en de andere”,  aldus Leidy Meijer (de eega van Jan Rode).

Tuin-technisch centrum Eshuis bestrijdt deze beunhazerij door het halen van keurmerken zoals NEN en ISO 9002, maar ook Groenkeur en de kwaliteitserkenning van Tuinen van Appeltern. Eshuis is uitgegroeid tot het grootste particuliere hoveniersbedrijf van Almelo. De pick-ups worden vervangen door gesloten bedrijfsauto’s, iets wat helaas noodzakelijk is door het toenemende aantal diefstallen.

Jacco Wisman (2015-  ….)

Jacco Wisman is een geboren Tukker, was werkzaam in de branche, en had al langer de wens een hoveniersbedrijf te runnen. Jan (geen opvolgers thuis) en Jacco vonden elkaar en Jacco noemt zijn bedrijf Eshuis Hoveniers. Een naam die een heel goede klank heeft in de regio Twente.

De start is pittig, want in  2016 verlengt een opdrachtgever (goed voor meer als een derde van de omzet) zijn contract niet. Door het bedrijf te reorganiseren zorgen ze er voor dat vier mensen, die gedwongen weg moesten, weer op een andere plaats verder kunnen. Gelukkig gaat het snel weer goed met het bedrijf.

Er is passie voor groen in alles wat we doen. De eisen zijn hoog maar Eshuis doet mee met Dutch Quality Gardens, een hoveniersnetwerk met Passie.

In 2019 is het dan zover: Eshuis Hoveniers bestaat 100 jaar en die viering wordt bekroond. Eshuis mag het predicaat “BIJ KONINKLIJKE BESCHIKKING HOFLEVERANCIER” voeren. Dat de wens/visie die Jacco Wisman schrijft op de laatste pagina van het jubileumboekje mag uitkomen.

Wilt u meer weten over dit bijzondere tuinbouwbouwbedrijf?  Kijk dan op de website

Hier onder leest u met één klik het hele verhaal van meer dan 40 pagina's over de geschiedenis van 100 jaar ESHUIS HOVENIERS 

                                        0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0=0

                                         BINDER GROENPROJECTEN 85 JAAR JONG    1935-2020

Met de foto’s hiernaast is het allemaal begonnen. De eerste degelijke auto voor het jonge bedrijf wat dan nog even de naam Erica voert maar al snel gaat voor de naam van de eigenaar

Oprichter Theo Binder (1909- 1972) komt als weeskind uit Oostenrijk en wordt in Rhoon liefdevol opgevangen door de tuinder Arie de Lange en zijn vrouw en blijkt een begenadigd bloemsierkunstenaar, tuinontwerper, bloemist, kweker en hovenier te worden.

Theo trouwt  met Leentje Huygen  in het jaar 1937 (Zijn vrouw zal later de bloemenzaak leiden)               Ze krijgen 8 kinderen: Martin 1938, Hilly 1941, Thedie 1942, Tonie1943, Jaap 1945, Ineke 1946,  Arie 1948 en Jan 1950

Wilt u weten hoe het bedrijf van Theo Binder verder is vergaan ga dan tijdreizen en lees dan de jubileumeditie van het magazine van Binder wat u hier onder kunt aanklikken.

Een prachtig tijdsbeeld van een van onze vooraanstaande groenvoorzieningsbedrijven van Nederland

Foto rechts is het getuigschrift van de wintercursus gehouden in Rotterdam in de jaren dertig; Met zeer goed gevolg Aanleg van tuinen en materiaalkennis.

 

DE BRANCHEVERENIGING:

Op 1 juli 1920 is de Kring Bloemist-Hoveniers opgericht als onderdeel van Vereniging de Nederlandsche Bloemisterij. Deze kring heet tegenwoordig Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners.

De Kring Bloemist-Hoveniers waren de laatste die onder de paraplu van de Vereniging de Nederlands Bloemisterij kwamen. Andere kringen waren de Kring Handelskwekers de Kring Bloemist-Winkeliers en de Kring Bloemenveilingen.

In het begin was er voor de Kring Hoveniers als branchevereniging weinig belangstelling, men was lid van de Koninklijke maatschappij voor tuinbouw en plantkunde. Het beroepsbesef kwam onder de hoveniers pas laat tot ontwikkeling. Dit is begrijpelijk als je weet waar de hovenier vandaan komt, namelijk uit de beschermde omgeving van de buitenplaats of het landgoed. Pas in 1939 vond een groep enthousiaste hoveniers elkaar en ging het organisatorische werk lopen. In 1939 waren er 300 leden. Dit aantal steeg snel naar 1250 in 1960.

Onder het hoofdstuk De hovenier en de maatschappij vind u de geschiedenis en veel meer informatie over de branchevereninging VHG

Zij zijn ook sponsor van deze website

Voor een persoonlijklijke schets van de branchevereniging door Cor Oostlander, jaren secretaris van de branchevereniging.(klik hieronder) 

KANTOOR BRANCHEVERENIGING VHG TE HOUTEN
L.P.ZOCHER 1820-1915
K.G.ZOCHER 1796-1863
J.D. ZOCHER jr 1791-1870

Ondernemers in groen en vormgeving

DE ZOCHERS: drie generaties in de periode 1780 (komst in Nederland) tot 1885 (laatste werk).

J.D. Zocher sr, J.D. Zocher jr, K.G. Zocher en L.P. Zocher vier namen van vier architecten die een hele belangrijke rol gespeeld hebben in het groene aanzicht van Nederland. Deze (tuin)architecten hebben een respectabele lijst van werken op hun naam staan. Het Vondelpark in Amsterdam kent iedereen, maar de Zochers zijn ook herkenbaar bij Slot Zeist, Twickel in Delden, de begraafplaats Westerveld in Driehuis, de Utrechtse singels en bolwerken, het Agnetapark te Delft. Ruim 40 werken zijn van hen bekend.

Carla en Juliet Oldenburger werken aan een zo compleet mogelijk naslagwerk van de Zochers. Alle gegevens die nu reeds bekend zijn, kunt u op de website van hun bureau vinden: www.historischetuinen.nl. Onder de noemer Zocher-online kan u er zien en lezen wat reeds bekend is en waar nog onderzoek naar wordt gedaan of wat men mist. U vindt daar de biografische gegevens van de heren, maar vooral ook de beschrijvingen van hun werken en hun tuinarchitectonische invloeden.

Hun manier van werken bij de uitvoering intrigeert de hovenier natuurlijk zeer. We weten daar alleen niet veel vanaf. Bekend is wel dat zij, buiten het creatieve en scheppende werk als architect, ook ondernemers waren. Zo hebben zij meer dan een eeuw lang de kwekerij Rozenhagen in Haarlem gerund (1801-1918).

De link tussen het favoriete beplantingsmateriaal op tekening en wat er gekweekt werd, lijkt dan snel gemaakt. Daar is en wordt ook onderzoek naar gedaan. Het vormt een zeer interessant onderdeel van Zocher-online. In de catalogi van Rozenhagen stond bijvoorbeeld een ruim aanbod van coniferen, maar in de ontwerpen kwamen die maar spaarzaam voor.

In het archief van kasteel Linschoten is een bestek voor de aanleg van nieuwe waterpartijen te vinden en beplantingslijsten. Bij de renovatie van de parken en singels in Utrecht waren er geen originele beplantingslijsten voorhanden en zijn de catalogi van de kwekerij Rozenhagen als leidraad gebruikt.

Ondernemerschap blijkt ook uit de oprichting van een meekrap- en levensmiddelenfabriek en vele adviseursfuncties. Ook blijkt uit de archieven dat de gemeente Purmerend een brief kreeg van K.G. Zocher dat er 22 jaar slecht onderhoud was gepleegd in zijn aanleg.

Uit het huisarchief van Kasteel Keukenhof staat op Zocher-online een contract dat we ook op deze historie-hovenier website mochten tonen. Het betreft een contract anno 1858 tussen J.D. Zocher/J.P. Zocher en C.A.A. van Pallandt over de aanleg in Lisse van de “binnenplaats” en de “overplaats”. Dit contract geeft aan dat de Zochers hier ook aannemer zijn.