De hovenier als ondernemer

Het is goed om eerst vast te stellen wanneer de hovenier een ondernemer is geworden en hij echt bedrijfsmatig is gaat werken.Criteria hiervoor zijn: er is een administratie, er worden rekeningen gemaakt en overhandigd, er wordt belasting betaald, er is een vestigingsplek, er is personeel in dienst.Het onderzoek hiernaar is nog maar mondjesmaat uitgevoerd. Voor informatie moeten we dan ook putten uit de archieven van oude familiebedrijven en bij de ”amateur-historicus” die wat onderzoek heeft uitgevoerd.

Vanaf circa 1600/1650 zijn er arbeidscontracten en afspraken bekend tussen opdrachtgevers en hoveniers/tuinmannen. Er is daarbij duidelijk sprake van een arbeidscontract al staan er ook extra’s in als gebruik van woning, gebruik van producten en of een percentage van de winst als er verkocht wordt. Ook wordt de echtgenote vaak mee-ingehuurd.

Een voorbeeld hiervan is het Arbeidscontract van Thomas van Es te Monster (klik hier onder). 

 

Eerste aanbesteding?

Een bijzonder voorbeeld van begin van ondernemersschap is het goed beschreven verhaal van de aanbesteding van het onderhoud van de tuinen van het slot Zeist in 1771.

De rentmeester van het slot Zeist en de tuinman stellen een goed beschreven lijst van 12 artikelen op met te verrichten werkzaamheden, inclusief de locatie dus de hoeveelheden.

Gereedschap werd ter beschikking gesteld 3 tuinmannen uit Zeist nemen het werk aan voor 350 gulden en 20 stuivers te betalen in 12 gelijke delen.

In een van de artikelen verplichtten de heren tuinlieden zich wel dat bij overlijden van een of twee de ander voor vervanging dient te zorgen.

Lees het hele verhaal (geschreven door R. P. M. Rhoen) over de heren Gijsbert van Doorn, Geurt Enkelear en Geijbert van Uijlenbroek uit Zeist (klik hier onder)   

SLOT ZEIST

 Het bedrijfsmatig werken :

Het begin van bedrijfsmatig werken door hoveniers zien we ontstaan in het begin van de 19de eeuw. Door het inperken van privileges van de aristocratie in combinatie met de economische teneergang voor rijke burgers en bestuurders zijn veel buitenhuizen en -plaatsen gesloten of verkaveld. Bij die verkaveling konden veelal de tuinbaas en/of zijn collega’s grond huren en zo producten van moestuinen en vruchten aan de man brengen in combinatie met onderhoud van tuinen.

Hiernaast ziet u een advertentie uit de Leeuwarder Courant van 19 september 1844 waarin een hovenier zich samen met zijn zoon als startend ondernemer aanbiedt van wie weet later een bloeien bedrijf.

Ook zijn er boomkwekers die tuinen gaan ontwerpen of voor een tuinarchitect gaan werken en zo in het vak van hovenier terechtkomen.

Aan het einde van de 19de eeuw worden in sommige steden grote projecten gestart om de vestingwallen, die niet meer functioneel waren, de slechten.Er worden parken ontworpen en aangelegd, zoals in Utrecht, Haarlem en Schoonhoven door Zocher.

Hoe de werker in het groen genoemd werd:

Tuinarbeider     Tuinarchitect     Tuinbaas     Tuinbediende     Tuinmeester     Tuinboer     Tuinbouwkundige     Tuinder     Tuinheer     Tuinhouder     Tuinier     Tuinierster     Tuinjongen     Tuinknaap     Tuinman     Tuinschilder     Tuinkunstenaar     Tuinopziener     Tuinster     Tuinvrouw     Tuinslaaf     Tuinwachter     Tuinwerker   Baggerman  Bosbaas     Hovenaar     Hovenierse     Hoevenier     Hovenier     Hovenierster Hofwachter    Hofwijf     Gaardenier     Gardenier     Groenwerker Putbaas of Putdelver     Staalwerker  Warmoezier     Weidemeester     Zode legger     ZodeLichter     Zodeploeger     Zodesnijder     Zodesteker     Zaad arbeider     Zaadbereider     Zaadschieter 

Deze omschrijvingen duiden op functies en zijn onder andere ontleend uit het boek: Beroepsnamenboek van J.B. Glasbergen.


 

Streekgebonden verschillen ?

In hoeverre aan het beroep van hovenier plaatselijk of regionaal een andere uitleg geven wordt, is moeilijk aan te geven. Een duidelijk afwijkend beeld geeft de aanduiding hovenier in de streek boven Utrecht. Coen van Kasteel is de schrijver van het boek Hoveniers, humor en heiligheid. In dit boek vinden we verhalen van veelal oud-katholieke hoveniers vanaf 1820 tot 1950. Maar hier zijn de hoveniers specialisten in het kweken van groente in een ruim sortiment. Landelijk gezien zou je ze Warmoeziers noemen, naar de “warmoesgrond” die ze betelen, of tuinders. Niets in dit boek heeft betrekking op de hovenier zoals we die nu tegenkomen op deze website.

Meer weten? klik hier onder 

Bloemlezing van Groenbedrijven, ouder dan 100 jaar en die nog steeds op de markt zijn:

E.P. van Ginkel. Opgericht in 1903. Nu de Koninklijke Ginkelgroep Veenendaal. (in voorbereiding)

 

 

W.J. Aardoom, Ridderkerk. Opgericht in 1793. Nu Aardoom Hoveniers BV. 

H. AARDOOM 1855
1960-TERUG VAN HET WERK EVEN NAPRATEN BIJ DE SCHAFTKEET
1965-POSEREN VOOR DE VW-BUS OP EEN DOORDEWEEKSE DAG
1946-EEN NOTENBOOM VERPLANTEN MET BEHULP VAN DE HANDKAR
G. AARDOOM 1901
H. H. AARDOOM 1935

 

Aardoom Hoveniers BV, een familiebedrijf met een rijke historie.

Het begon allemaal in 1791 toen Jan Willems Aardoom trouwde met Leidia den Hoed. Er moest brood op de plank en Jan verhuurde zich als tuinknecht bij rijke boeren, vooraanstaande burgers en notabelen te Ridderkerk. De geboorte van het hoveniersbedrijf was een feit. Het bedrijf bestaat in ieder geval sinds 1793 en is het oudste hoveniersbedrijf van Nederland. Meer over dit bedrijf en de rijke historie kunt u nalezen op www.aardoomhoveniers.nl

 

 

Koeslag en Zn Delft   oprichting  1839   Nu Hoveniersbedrijf P.van der Eijk 

GROENLANDSELAAN DELFT 1948
ASSENDELFTSTRAAT 1961
HOFLAAN te DELFT 1964-1978
T.KOESLAG en zoon 1938
DECEMBER 2000

HOVENIERSBEDRIJF P.van der Eijk     Tuinaanleg en onderhoud b.v. 

 

Een ambachtelijk hoveniersbedrijf gestart in 1839 door Jan Hermen Koeslag.Tot de jaren 70 in de twintigste eeuw een echt Delfts bedrijf met een rijke geschiedenis.Het bedrijf is nu gevestigd in Den Hoorn, met zicht op Delft.De huidige eigenaar is de Koninklijke Ginkelgroep Veenendaal.

Lees meer hieronder over een persoonlijke zoektocht naar de historie van het bedrijf en de mensen die er hebben gewerkt.

Lees meer hieronder over de presentatie van het bedrijf ter gelegenheid van het afscheid van de eigenaar-directeur, een mini-symposium met als onderwerp De stadstuin.

ZOMER 1994 FEEST 25 JAAR

 

De bijdrage van Farwick Groenspecialisten uit Enschede is in voorbereiding .

Als "voorproefje"hierbij het interview  van Han en Bert Farwick geplaatst in het vakblad tuin&landschap van 2 september 2010

Geschiedenis van hoveniersbedrijven:

Hoe het begon.  Wie was de starter van het bedrijf.  Vaak familieverhalen.Trots op wat bereikt is.  Leuke plaatjes van vroeger. Je vind het soms op website’s van de hoveniersbedrijven. Leuk om te lezen ? Wij vinden van wel en daarom hier onder een bloemlezing van bedrijven. Als u op de naam klikt komt u gelijk bij de historie pagina van de website van het bedrijf.

Binder Groenprojecten Poortugaal

Hoveniersbedrijf & Tuinarchitectuur Brussaard Oud Beijerland

Paul Casteleijn Hoveniers Barendrecht

Theo Denayere Hillegom

Donkergroen Sneek

Engelsman hoveniers bv Wateringen

Jansen hoveniers Markenbinnen

Hoveniersbedrijf Kapona Velp

Kok hoveniers bv Ridderkerk

Spaans hoveniers Bussum

Wieringen Prins Amsterdam

Wijsman hoveniers Waddinxveen

 

Andere Bedrijfsgeschiedenissen:

JAN EIJS WASSENAAR (1934)

GROENVOORZIENING OUD WASSENAAR

Soms is het bedrijf onder één naam maar één generatie zichtbaar omdat er geen familie opvolging is en het bedrijf wordt verkocht aan derde. Dat “lot” overkwam Groenvoorziening Oud Wassenaar uit Wassenaar. Jan Eijs (1934) blikt in 2003 terug op zijn werkzame leven als ondernemer en hovenier (1960-1996).
Een persoonlijk document wat we op de website van hem mogen plaatsen en wat zijn beeld en visie weer geeft als ondernemer/hovenier (zie pdf document).
De Ginkelgroep werd in 2003 eigenaar van de bv Groenvoorziening Oud Wassenaar(GOW). De naam en de vestigingsplaats bleven een aantal jaren dezelfde. Om strategische en organisatorische redenen werd de bv GOW in 2012 verhuisd naar Hoveniersbedrijf P.v.d.Eijk Den Hoorn (ook eigendom van de Ginkelgroep) en werden deze bedrijven samengevoegd en gingen door onder Hoveniersbedrijf P.v.d.Eijk tuinaanleg en onderhoud bv.

 

De branchevereniging:

Op 1 juli 1920 is de Kring Bloemist-Hoveniers opgericht als onderdeel van Vereniging de Nederlandsche Bloemisterij. Deze kring heet tegenwoordig Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners.

De Kring Bloemist-Hoveniers waren de laatste die onder de paraplu van de Vereniging de Nederlands Bloemisterij kwamen. Andere kringen waren de Kring Handelskwekers de Kring Bloemist-Winkeliers en de Kring Bloemenveilingen.

In het begin was er voor de Kring Hoveniers als branchevereniging weinig belangstelling, men was lid van de Koninklijke maatschappij voor tuinbouw en plantkunde. Het beroepsbesef kwam onder de hoveniers pas laat tot ontwikkeling. Dit is begrijpelijk als je weet waar de hovenier vandaan komt, namelijk uit de beschermde omgeving van de buitenplaats of het landgoed. Pas in 1939 vond een groep enthousiaste hoveniers elkaar en ging het organisatorische werk lopen. In 1939 waren er 300 leden. Dit aantal steeg snel naar 1250 in 1960.

Onder het hoofdstuk De hovenier en de maatschappij vind u de geschiedenis en veel meer informatie over de branchevereninging VHG

Zij zijn ook sponsor van deze website

Voor een persoonlijklijke schets van de branchevereniging door Cor Oostlander, jaren secretaris van de branchevereniging.(klik hieronder) 

KANTOOR BRANCHEVERENIGING VHG TE HOUTEN
L.P.ZOCHER 1820-1915
K.G.ZOCHER 1796-1863
J.D. ZOCHER jr 1791-1870

Ondernemers in groen en vormgeving

DE ZOCHERS: drie generaties in de periode 1780 (komst in Nederland) tot 1885 (laatste werk).

J.D. Zocher sr, J.D. Zocher jr, K.G. Zocher en L.P. Zocher vier namen van vier architecten die een hele belangrijke rol gespeeld hebben in het groene aanzicht van Nederland. Deze (tuin)architecten hebben een respectabele lijst van werken op hun naam staan. Het Vondelpark in Amsterdam kent iedereen, maar de Zochers zijn ook herkenbaar bij Slot Zeist, Twickel in Delden, de begraafplaats Westerveld in Driehuis, de Utrechtse singels en bolwerken, het Agnetapark te Delft. Ruim 40 werken zijn van hen bekend.

Carla en Juliet Oldenburger werken aan een zo compleet mogelijk naslagwerk van de Zochers. Alle gegevens die nu reeds bekend zijn, kunt u op de website van hun bureau vinden: www.historischetuinen.nl. Onder de noemer Zocher-online kan u er zien en lezen wat reeds bekend is en waar nog onderzoek naar wordt gedaan of wat men mist. U vindt daar de biografische gegevens van de heren, maar vooral ook de beschrijvingen van hun werken en hun tuinarchitectonische invloeden.

Hun manier van werken bij de uitvoering intrigeert de hovenier natuurlijk zeer. We weten daar alleen niet veel vanaf. Bekend is wel dat zij, buiten het creatieve en scheppende werk als architect, ook ondernemers waren. Zo hebben zij meer dan een eeuw lang de kwekerij Rozenhagen in Haarlem gerund (1801-1918).

De link tussen het favoriete beplantingsmateriaal op tekening en wat er gekweekt werd, lijkt dan snel gemaakt. Daar is en wordt ook onderzoek naar gedaan. Het vormt een zeer interessant onderdeel van Zocher-online. In de catalogi van Rozenhagen stond bijvoorbeeld een ruim aanbod van coniferen, maar in de ontwerpen kwamen die maar spaarzaam voor.

In het archief van kasteel Linschoten is een bestek voor de aanleg van nieuwe waterpartijen te vinden en beplantingslijsten. Bij de renovatie van de parken en singels in Utrecht waren er geen originele beplantingslijsten voorhanden en zijn de catalogi van de kwekerij Rozenhagen als leidraad gebruikt.

Ondernemerschap blijkt ook uit de oprichting van een meekrap- en levensmiddelenfabriek en vele adviseursfuncties. Ook blijkt uit de archieven dat de gemeente Purmerend een brief kreeg van K.G. Zocher dat er 22 jaar slecht onderhoud was gepleegd in zijn aanleg.

Uit het huisarchief van Kasteel Keukenhof staat op Zocher-online een contract dat we ook op deze historie-hovenier website mochten tonen. Het betreft een contract anno 1858 tussen J.D. Zocher/J.P. Zocher en C.A.A. van Pallandt over de aanleg in Lisse van de “binnenplaats” en de “overplaats”. Dit contract geeft aan dat de Zochers hier ook aannemer zijn.