Zijn gereedschap

 Gereedschap is was en blijft voor elk vak een belangrijk hulpmiddel om de werkzaamheden op een prettige manier uit te voeren. Voor het vak van hovenier hebben we het geluk dat er ook al eeuwen  land en tuinbouw is uitgeoefend in onze lage landen. Veel gereedschap van de hovenier en groenvoorziener is dan ook afgeleid van de agrarische sector.

Hier onder een bijdrage over dit onderwerp van Lenneke Berkhout:

 

‘Goet gereedschap is het halve werk’ 

Een verstandig hovenier is voor al noodtsakelyk dat hy hem versiet van goet hofgereedschap, want men seyt, goet gereedschap, is het halve werk’, schreef Jan van der Groen in 1669. Van der Groen was hovenier van de prins van Oranje. Goed gereedschap was nodig om het hovenierswerk goed te kunnen verrichten. Van der Groen nam in zijn boek Den Nederlandtsen Hovenier een overzicht op van het gereedschap waarover een bekwame hovenier moest kunnen beschikken (zie prent hiernaast: een boomschaar om takken te snoeien (A), een ‘rupsyser’ om rupsennesten uit bomen te halen, maar ook handig om peren te oogsten (B), een entmes (C), een hark (D), een snoeibeitel om boomtakken af te hakken (E), een ‘klouwe’ om onkruid te verwijderen (F), grote en kleine messen (G), een entzaag (H), een kapmes (I), een ‘palmschaer’ om buxus en hagen te snoeien (K), een ijzeren beitel om hout en wortels open te klieven (L), een houten hamer (M), een troffel om kleine planten uit te graven (N), een spade (O), een riek (P) en een ‘grave’ (Q). Verder had een hovenier een kleine gieter, glazen lantaarns om bloemen en planten te beschermen, een kruiwagen, aardboren, potten, bakken, tobben en niet te vergeten vallen om mollen, ratten en muizen te vangen.

 

TUINGEREEDSCHAP uit de NEDERLANDTSEN HOVENIER van JAN VAN DER GROEN

 Aan het eind van de zeventiende eeuw hadden tuinen van vooraanstaande lieden meterslange hoge hagen. Het onderhoud van deze hagen was veel werk. In het voorjaar en aan het eind van de zomer moesten deze hagen gesnoeid of in 17deeeuwse termen ‘gescheerd’ worden. Aanvankelijk gebeurde dat met een heggenschaar zoals we die nu ook nog kennen (afbeelding 1) en met een sikkelvormig scheermes dat was bevestigd aan een lange stok (afbeelding 2). Aan het eind van de 17deeeuw werd een zogenaamde scheerbank ontwikkeld, die het voor hoveniers makkelijker maakten de bovenkant van de heggen te snoeien. Mits zij geen hoogtevrees hadden! Scheerbanken waren namelijk hoge houten, verrijdbare stellages waarop een hovenier kon staan. Via een trap klom de hovenier op de stellage om een hoge haag te snoeien (Afbeelding 3). Een bewaard gebleven inventarislijst uit 1756 van de buitenplaats Ouderhoek aan de Vecht noemt een scheerbank die maar liefst 9 meter hoog en 3.60 meter lang was.info:H.H. Pijzel-Dommisse, ‘18de eeuwse inventaris van een verdwenen buitenplaats: Ouderhoek’ in Jaarboekje 1978 van het Oudheidkundig Genootschap ‘Niftarlake’, 31.

Het hoge instrument maakte veel indruk. De scheerbank van de omvangrijke tuinen van Sion bij Delft, beroemd om de metershoge hagen, had zelfs een bijnaam en stond in de omgeving bekend als het ‘spook van Sion’. info:A. Baggerman en R. Dekker, ‘Het spook van Sion. Veranderende visies op jeugd en natuur in de later achttiende eeuw’ in De Achttiende Eeuw. Jaargang 2004. Documentatieblad werkgroep Achttiende eeuw, 153.


 

afbeelding t afkomstig van beeldbank Het Utrechts archief, D. Stoopendaal 1718-1719
Afbeelding 2 afkomstig van beeldbank Noord Hollands Archief hovenier met sikkelmes

 

 

afbeelding rechts Scheerwagen Bron:  Denis Diderot, Encyclopédie etc. (Bibliothèque nationale de France via Wikimedia Commons).

Afbeelding 3

Mechanisatie:

Het gebruik van machines in de hoveniersbranche is na de oorlog pas goed op gang gekomen. Buiten de maaimachine, die de mooie naam van Grasperkscheerder had, waren er enkel machines ontleend aan de landbouw en het boerenbedrijf.

De COM het Centraal Orgaan Mechanisatiebedrijven bestond in 2007 50 jaar. Deze club, van origine landbouwmechanisatiebedrijven maar ook smederijen en metaalbedrijven, stond ook klaar voor groenvoorzieners en de hovenier die machines nodig hadden. De leden van de COM blijken voor tuinders, groenvoorzieners, gemeentelijke groenbeheerders, greenkeepers op golfbanen en hoveniers een prima partner te zijn. Ondersteuning van VCA-keuringen, certificering en bedrijfsvoering blijken duidelijke meerwaarden te bieden. Verder is de COM een voorlichter, dealer ondersteunend en adviseur voor haar leden.

Op haar 50 jarig jubileum in 2007 was een tentoonstelling ingericht van oude en nieuwe machines.

Hier onder een bloemlezing

Het onderhoud van gras van Sikkel tot Maairobot  

SIKKEL
ZEIS IN DE MIDDELEEUWEN
STREKEL EN HAARSPIT
De eerste Ransomes kooimaaier (1832)
De eerste Ransomes benzine kooimaaier (1902)
Vingermaaibalk

Een van het oudste gereedschap om gras te maaien is de Sikkel een halve maanvormig landbouwwerktuig en nog steeds is hij bij Bol.com te koop.

Maar met stip op de eerste plaats is de Zeis het werktuig wat door de eeuwen heen het meest gebruikt is om te maaien. Bij opgravingen in Zwitserland zijn zeisen gevonden uit de 2de eeuw voor Chr.  Karel de Grote noemde in 812 al sikkels en Zeisen in zijn landgoederenverordening. Door de eeuwen heen steeds verbeterd en vooral in de landbouw gebruikt. De hovenier gaat de zeis gebruiken als in de tuinaanleg grote grasvelden in het ontwerp werden geïntroduceerd. Zeker in de formele tuinen in de 17deen 18deeeuw was een maaier een beroep en de zeis zijn gereedschap. Bij de zeis hoort ook de strekel om de zeis scherp te maken en van bramen te ontdoen. Het haarspit en de haarhamer worden gebruikt om in het veld de zeis regelmatig weer scherp te maken. Door de mechanisatie wordt de zeis als gereedschap verdrongen. Maar in het vakblad Tuin en Landschap in 2020 wordt melding gemaakt van het lesgeven van werken met de zeis als duurzaam en milieuvriendelijk gereedschap. Lees Meer Vooral te gebruiken in natuurgebieden waar zware machines taboe zijn.

 

Uitvinding van de maaimachine 

In 1827 werd door de Engelsman Edwin Beard Budding de grasmaaier uitgevonden en in 1830 nam hij er patent op .In het patent heette het apparaat;Een nieuwe combinatie  en toepassing van machinerie voor het maaien en knippen van planten op gras en sportvelden.

Edwin Budding kwam uit de textielindustrie waar de mechanisatie een enorme vlucht nam. De hovenier van de dierentuin in Regent’s Park in Londen nam de grasmaaier als een van de eersten in gebruik. Na een proeftijd van vier maanden zei de hovenier erg tevreden te zijn met de maaier, die het werk van zes tot acht man met sikkels over nam  JR en A Ransome ging op licentie  het ontwerp van Edwin Budding produceren. (zie afbeelding)  RANSOMES is tot op vandaag een van de  bekendste maaimachine fabrikant van de wereld met zeer vele modellen en varianten  maaimachines.

In 1842 vond de Schot Alexander Shanks een 27 inch door een pony getrokken grasmaaier uit. In 1868 komt er een Amerikaanse kooiconstructie   getrokken door paarden en in 1870 kwam de bekendste handmaaimachine voortbewogen door duwkracht op de markt dat model zal meer als een eeuw niet gewijzigd worden In 1890 kwam er een maaimachine op stoom en in 1902 heeft Ransomes de eerste maaimachine met een benzine motor

In de twintigste eeuw komen er zoveel nieuwe technieken die waar dat kan op de maaimachine worden toegepast. Zoals de cirkelmaaier met losse messen, de vingerbalk als maaier, de klepelmaaier, het luchtkussen en maaimachines gemonteerd op tractoren waar tiendelige kooimaaiers met hydrauliek aandrijving vliegvelden kunnen maaien.

 

De Robotmaaiers 

In 1990 wordt door de Belg André Colens de eerste robotmaaier geïntroduceerd. Een maaier die op een begrenst terrein met een oplaadpunt als maar maait en het gras kort houdt. De eerste jaren duidelijk een maaier voor een tuineigenaar met weinig tijd en een gevulde portemonnee. De techniek wordt verbeterd de kracht van de elektromotoren nemen toe en de prijs betaalbaar.In het vakblad Tuin +Landschap 2 van 2021 vertelt Douwe Snoek van Snoek Puur Groen uit Grau en Emmen dat het bedrijf gekozen heeft voor minder co2 uitstoot en betere arbeidsomstandigheden. Zij beschikken over een vloot van 45 Automowers(robotmaaiers) die onderhouden grasvelden rond bedrijven, hotels,  fabrieken en woonhuizen. Ze rijden niet allemaal op één terrein maar worden ook verplaatst. De klant krijgt een beter kwaliteit in ruil daar voor vragen wij een 5-jarig contract. Diefstal en vandalisme is nog niet voor gevallen. Douwe Snoek verwacht in zijn bedrijf een verdere robotisering van het grasonderhoud.

Link.. artikel Tuin en Landschap voor abbonéé's

Schapen

Waar dat mogelijk is, blijft een van de leukste maaiers toch wel het schaap. Het vraagt wat organisatie en afzetmaterialen. Maar ook in het openbaar groen is het schaap weer herontdekt en worden recreatiegebieden, bermen  en resthoeken gras weer onderhouden door schapen en zijn herder.

Een apart fenomeen op het platteland waren de Hannekemaaiers De hannekemaaiers waren seizoenarbeiders uit Duitsland (voornamelijk uit Westfalen en het Graafschap Lingen in de zeventiende tot en met de negentiende eeuw) die in de zomer te voet naar Nederland kwamen om op het land te werken. De term hannekemaaier is afkomstig van de naam Johannes, doorgaans afgekort tot Hannes en is ontleend aan de dag van traditionele indiensttreding, Sint Johannes dag (24 juni). Een andere benaming is grasmof Bovenstaande foto is gemaakt in Uelsen een plaatsje in het graafschap Bentheim
De Handmaaimachine
Ransomes 350D vijfdelige kooimaaier
Een set getrokken Ransomes kooimaaiers

Nog meer hedendaagse maaimachines bekijken Klik Hier  

 

Voor de Nederlandse leverancier Klik Hier

 

MALLEJAN OF BOOMWAGEN OF BOSKAR  OF BOOMEZEL maar  bekend als MALLEJAN

Een ‘mallejan’is een vervoermiddel dat vroeger in de bosbouw werd gebruikt om boomstammen andere lange voorwerpen te vervoeren. 

Een mallejan bestaat uit een as met vaak bovenmaats grote wielen. De onderzijde van de as is in het midden naar boven gebogen, om meer ruimte onder de as te laten. Het voertuig heeft een lange dissel die als hefboom werkt om de last van de grond te tillen. De mallejan werd over de boom gereden. De dissel werd naar boven gestoken zodat de balk met de bevestiging op de boom kwam liggen. De kettingen werden zo straks mogelijk bevestigd. De mallejan werd op de rem gezet en het paard trok de dissel omlaag waardoor de boom werd gelicht. Als de dissel parallel aan de boom lag werd deze ook daar met een ketting aan de boom gelegd.

Als de mallejan rond het zwaartepunt van de boomstam lag en de boom redelijk recht was, hing deze een tiental cm van de grond en kon deze worden vervoert.

Afhankelijk van de lengte en het gewicht van de last hangt deze vrij of wordt deze aan de achterzijde over de grond gesleept.

Eventueel kan een tweede as worden toegevoegd. De te vervoeren bomen of rails wordt dan onder de beide assen gehangen en vormt de verbinding ertussen. De zo gevormde constructie lijkt op een wagen. Beide assen kon met de hand richting gegeven worden. Het geheel wordt in de regel getrokken door een dubbelspan paarden.

De familie Weijtmans had 2 mallejannen in het bezit, de op één na sterkste van de omgeving. Het bedrijf Kennes had de sterkste in die tijd. De mallejan van de familie Weijtmans had geen remmen. BRON :Historische documentatie Boomrooierij Weijtmans.

Meer lezen over boomrooierij op deze website Klik Hier en ga naar de specialist en lees het verhaal van het 100-jarige oude bedrijf Weijtmans uit Udenhout
Foto archief boomrooierij Weijtmans